![]() |
![]() |
![]() |
|
Deze gemeente, gelegen ten noorden van Selongey ontleent zijn naam aan "Bucenetum" wat betekent "de boomrijke plaats". Men vindt er nog delen van wijnbouwers huizen; het is dan ook niet zo lang geleden dat de wijn er zeer beroemd was. Er bestaan overigens nog enkele hectaren. De kerk dateert uit de XIIIe eeuw en is een van de meest karakteristieke gefortificeerde kerken ten noorden van Dijon.
De oorsprong van dit dorp, dat gelegen is ten oosten van Selongey, gaat waarschijnlijk terug tot de gallo-romeinse tijd. (Casotum-Casuetum). Zn kerk werd in 883 overgedragen door de bisschop van Langres aan de abdij van Bèze. Er wordt verteld, dat er onder zijn tegels een grafkelder bestaat, die dienst deed als begraafplaats waar alle landheren van het dorp, alsook enkele burgers, die er hun prijs voor betaalden, werden begraven. Wat zijn kasteel betreft, dit werd herbouwd aan het eind van de XIVe eeuw. De mooie vierkante toren heeft nog steeds trotse allure. n Alleenstaand bergje van 324 m wordt gedomineerd door een oude windmolen; bovenop reikt het uitzicht ver over een twaalftal dorpen.
Gelegen op 4 km van Selongey, is het het kleine dal van de kloof, waar n oude heilige bron vloeit, die ongemakken genas: "het heilige vont", dat zijn naam aan het dorp heeft gegeven. Ten noordwesten van het dorp kan met de dalkom zien van de kloof met zijn bron. De moderne kerk, de Hoeve van "Barme" en de toren van de Tempel Ridders zijn echt plaatsen om te bezoeken. Behalve het vissen in de rivier en de wandeltochten, heeft Foncegrive ook een ridderachtig onderkomen (kamers, stallen, met balken aaneen).
Orville ligt langs de verkeersweg Dijon Langres. De stichting van het ziekenhuis voor lepra patiënten in de XVIe eeuw zou de naam van het dorp verklaren: Men besloot in die tijd dan ook de zieken buiten de stad Selongey te isoleren ("orville" = buiten de stad). Een uithangbord met de aankondiging "voetgangers en ruiters hier logeren", wat in 1900 slecht gerestaureerd werd, getuigt van het bestaan van een postkoets-stopplaats.
Dit dorp ligt aan de grens van Bourgondie, Franche-Comté en Champagne en is zeer agrarisch gebleven met vooral graangewassen. Momenteel zijn er in het archeologisch museum van Dijon bewijzen van de ontdekking te Sacquenay van de resten van een Romeinse weg "via agrippa", waar een militaire colonne de afstand van Langres aangaf als 22000 stappen. Deze colonne was van keizer Claudius, die op de terugweg was van de verovering van Engeland. Er werd daar een hospitium, verblijfplaats voor reizigers en Romeinse soldaten, gebouwd. In de XVIe eeuw werd dit een melaatsen verblijfplaats, nadat het sinds 1172 in het bezit is geweest van de Maltezer Ridders. Er bestaat niets meer van het oude machtige kasteel. Vernois-les-vesvres (189 inwoners)
Gelegen ten noordwesten van Selongey is dit groen milieu de ideale plaats voor wandelingen, die de gelegenheid geven om de Gallische overblijfselen van het kasteel Thérèse en het gallo-romeinse badhuis terug te vinden met de Romeinse weg en tenslotte de bron van St.Gengoult, patroon van de parochie, waarin onze voorouders de invaliden verzorgden. Deze gemeente beschikt over een bouwrijpe industrie zone en n centrum (zaal van 400m2 met podium, ingerichte keuken en toiletten).
Ligt ten zuidoosten van Orville, nabij de afrit Tilchatel van de autobaan A31. Véronnes kent n tamelijk grote landbouw activiteit als ook n ambachtelijke en commerciële activiteit. De historische overblijfselen ontbreken niet: De kerk van groot Véronnes de Saint-Maurice en van klein Véronnes de kapel Sainte-Anne. Laten we ook de duiventil achtige toren van het vroegere ridderhuis (1605) niet vergeten. Meer terug in de tijd de heuvel van een kamp uit het stenen tijdperk en twee gallo-romeinse nederzettingen in de vlakte.